De wetenschappelijke term voor 'onvruchtbaarheid' is infertiliteit.
Er is sprake van infertiliteit als onomstotelijk is vastgesteld dat bij een (echt)paar één of beide partners niet in staat is om nakomelingen te krijgen. Zolang dat niet is vastgesteld wordt gesproken van subfertiliteit (verminderde vruchtbaarheid).
In Nederland wordt de diagnose 'subfertiliteit' vastgesteld als bij een (echt)paar:
In andere landen wordt de diagnose vaak wat eerder vastgesteld wanneer de vrouw al wat ouder is.
De diagnose 'subfertiliteit' wordt dan vastgesteld als de vrouw:
Deze leeftijdsgrens wordt gehanteerd om te voorkomen dat een vrouw tegen het einde van haar vruchtbare leeftijd door haar huisarts of gynaecoloog voor een jaar naar huis wordt gestuurd, om daarna vast te stellen dat de vruchtbare leeftijd wellicht al voorbij is. In Nederland wordt echter helaas vrij strikt de grens van één jaar gehanteerd, wat tot gevolg heeft dat veel vrouwen te laat aan een behandeling beginnen en daarmee hun kansen op zwangerschap enorm verminderen.
Van 'primaire infertiliteit' spreekt men als iemand verminderd vruchtbaar is en nog geen kind heeft mogen krijgen. 'Secundaire infertiliteit' is verminderde vruchtbaarheid waarbij iemand al wel eerder één of meer kinderen heeft mogen krijgen.


